JOMT #10: De warmste plek

JOMT

In de reeks ‘Just one more time’ beschrijf ik de weg die ik afleg om te genezen van een angststoornis. Een kleine inleiding op de reeks is hier te vinden, de voorgeschiedenis hier

Op een zonnige dag in juni waagde ik me voor het eerst aan een halve dag vrijwilligerswerk. Van alles wat ik ervan verwacht had, was hetgeen ik daar aantrof wel het allerlaatste waaraan ik op voorhand had gedacht.

Michel, een man van in de 50 met armen vol tattoos en een warme uitstraling, was degene die me wegwijs maakte op mijn eerste dag in het dierenasiel. Al na een half uur vroeg hij me wat me daar bracht. Ik was gek genoeg helemaal niet voorbereid op die vraag, dus mijn standaardantwoord dat ik ‘mijn carrière aan het omgooien was’ en ‘terug aan het studeren was’ liet me in de steek. Plompverloren gooide ik er naar waarheid uit dat ik al 2 jaar thuis was door een angststoornis en dat vrijwilligerswerk een poging was om op termijn terug betaald werk aan te kunnen.

Hij bleef staan en keek me recht aan.
“Amai,”
zei hij, “respect dat ge dat direct zo eerlijk zegt. De meesten arriveren hier in eerste instantie met een verhaal over hoe hun hond net gestorven is en hoe ze dat missen. Mensen die daar zo eerlijk over zijn zonder daar veel verhalen aan te hangen, daar heb ik echt respect voor.”
Ik haalde schaapachtig mijn schouders op en hij gebaarde dat we achter het gebouw zouden gaan staan.
“Kijk he, Nina,” zei hij met gedempte stem, “90% van de mensen dat hier werkt, heeft zo zijn verhaal. Managers die de hele dag in Brussel werken, die komen hier niet helpen, verstaat ge?”

Ik verstond hem maar al te goed, als voormalig manager bij een bedrijf in Brussel die er destijds nooit aan gedacht zou hebben ooit in een asiel te werken bij wijze van therapie. Hij vertelde me hoe zijn tegenslagen hem tot daar gebracht hadden en vroeg me hoe ik me dan voelde, zo op die eerste dag. Aangezien we toch alle kaarten op tafel gooiden, zei ik eerlijk dat mijn grootste angst op dat moment honger was, gevolgd door een appelflauwte, gevolgd door totale paniek.

“Awel kom,” wenkte hij, “we zullen ons daar efkes gaan zetten. Eet ge graag fruit?”
“Euh…ja?” vroeg ik meer dan dat ik het zei.
“Een appelsien!” riep hij, “Ik heb een appelsien bij!”
Hij haalde ze boven, pelde ze en gaf de helft aan mij.
“Hier se manneke, dat gaat deugd doen,” moedigde hij me aan terwijl hij zijn tanden in zijn helft zette.

Omgeven door een paar gepensioneerde katten, moeder en dochter pauw en twee honden aten we aan een aftandse tuintafel de appelsien op met een stralende ochtendzon op ons gezicht, en ik wist: de weg naar weer een normaal leven had op geen warmere plek kunnen beginnen dan waar ik op dat moment was.

Advertenties

16 gedachten over “JOMT #10: De warmste plek

  1. Wauw, schitterend. Dat is dus de reden waarom ik toch nog altijd meer van mensen houd dan van dieren, maar dat even terzijde. Ik ben blij voor je dat je daar terechtkwam!

  2. […] hondje ook daarna geen seconde alleen was geweest. Er kwamen nog meer tranen, en ik zag hoe Michel, de stoere bonk vol tattoos maar met een heel week hartje, zijn arm om de schouder van de vrouw legde en zelf ook tegen zijn tranen […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s