Alles wat we ooit zullen hebben

Eén van mijn zelfopgelegde blogregels is dat ik altijd pas over miserie schrijf wanneer ze achter de rug is. Kwestie van het dramaqueengehalte te beperken enzo. Hoewel het in quasi elke post doorschemert omdat het nu eenmaal alles in mijn leven overheerst en beïnvloedt, heb ik al een tijd niet meer rechtstreeks geschreven over de angststoornis. Vandaag doe ik dat wel, en ik vermoed dat dat een goed teken is.

Het was nochtans een ontzettend hopeloze zaak geworden. In november startte ik opnieuw met medicatie, die binnen de 2 weken en uiterlijk binnen de 6 weken werkt. Een volledige doos en dus 15 weken later voelde ik mij echter nog altijd even ellendig als ik mij het hele voorgaande jaar zonder medicatie had gevoeld. Dit had zelfs ik, met mijn jarenlange ervaring, nog nooit meegemaakt, en ook de huisarts stond voor een raadsel.

Omschakelen naar en experimenteren met andere medicatie zag ik niet zitten. Ik zat op dat moment namelijk middenin 2 verschillende sollicitatieprocedures. Het laatste wat ik kon gebruiken was een hele reeks nieuwe bijwerkingen van nieuwe medicatie terwijl ik mogelijks op het punt stond op een nieuwe job te beginnen.

Deze soort medicatie per direct stopzetten is sowieso geen optie. Been there, done that, en laat ons zeggen dat ik aan den lijve heb ondervonden waarom dat ten stelligste afgeraden wordt. Gewoon aan een nieuwe doos beginnen en tegen beter weten in hopen op het beste was tijdelijk de enige optie.

Erg geruststellend was het allemaal niet. Het kan zwaar klinken, en quite frankly, dat was het ook, maar als zelfs mét medicatie elke dag zo’n godverdomde strijd, zo’n ellendige hel bleef, wist ik niet waar ik de moed moest blijven vinden om elke ochtend mijn bed uit te komen.

Achteraf bekeken weet ik ook niet waar ik ze vandaan ben blijven halen. Óf ik wist onbewust iets wat nog niet tot het bewuste doordrong maar wat me genoeg rust gaf om vol te houden, óf ik moet een gigantische kracht in mij hebben om in zelfs de meest uitzichtloze situaties te blijven doorgaan.

Wat het ook geweest is, ik ben blij dat het er was. En blij dat ik het nu even niet meer nodig heb. Het keerpunt kwam er namelijk heel snel nadat ik aan die 2de doos begon. Toeval of niet, ik had mijn vorige job op dat moment net een paar weken achter mij gelaten. Had ik al ooit vermeld dat ik niet in toeval geloof?

Ondertussen zijn we anderhalve maand verder en so far, so good. Echte aanvallen zijn er niet meer geweest, al kleeft het wel nog altijd onder mijn vel. Er is nog veel stress, elke keer ik de deur uit moet. De vermoeidheid die me elke keer weer overvalt nadat het ergste achter de rug lijkt te zijn en ik kan stoppen met mezelf kunstmatig in stand te houden, voelt eindeloos. Aan morgen denken durf ik niet, want de hoop is er een beetje uitgeslagen door de lichtjes hopeloze winter die ik achter de rug heb.

Genieten van het aanvalvrije hier en nu lukt gelukkig wel al. En als ik het mij goed herinner, zei een wijze man ooit dat het nu alles is wat we ooit zullen hebben, dus dat zit wel goed, right?

Advertenties

8 gedachten over “Alles wat we ooit zullen hebben

  1. Ik ben blij voor jou dat de angstaanvallen nu tenminste onder controle zijn. Ik weet hoe intens en moeilijk het kan zijn om dagelijks de hel te moeten aangaan en niet meer te weten waar je het nog moet halen. Knap dat je ondanks je angstaanvallen toch die sollicitatieprocedures doorstaan hebt én er zelfs een job mee in de wacht gesleept hebt.

    Ik hoop dat de positieve evolutie zich gaat verder zetten, maar soms is het nu inderdaad alles wat we hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s